Nederland is en blijft een aantrekkelijke bestemming voor wie op zoek is naar een buitenlands tweede verblijf. De combinatie van kust, natuur en historische steden maakt het land bij veel Belgen bijzonder geliefd. Of u nu houdt van de rust aan de Zeeuwse kust, de charmante dorpjes in het binnenland of de levendige cultuursteden zoals Amsterdam, Den Haag of Maastricht: onze noorderburen hebben heel wat te bieden. In het kader van onze blogreeks over buitenlandse vakantieverblijven nemen we als zesde deel Nederland onder de loep. In dit artikel lichten we de belangrijkste aandachtspunten toe rond het kopen, verkopen, erven en schenken van een vakantieverblijf in Nederland.

Bij de aankoop van een vakantieverblijf in Nederland is er overdrachtsbelasting verschuldigd. Omdat het tweede verblijf niet als uw hoofdverblijfplaats wordt gebruikt, wordt het onroerend goed aangemerkt als een tweede woning. Sinds 1 januari 2026 bedraagt het tarief van de overdrachtsbelasting voor tweede verblijven 8% (voordien 10,4%). Dit tarief is aanzienlijk gunstiger dan het tarief aan verkooprechten bij de aankoop van een tweede verblijf in België, zoals een appartement in Oostende (12%) of een chalet in Durbuy (12,5%).
Net zoals in België wordt de overdrachtsbelasting berekend op de overeengekomen koopprijs tussen de verkoper en koper. Hierop bestaat er echter een uitzondering. Als de werkelijke waarde van het onroerend goed hoger ligt dan de afgesproken koopprijs, dan gaat de Nederlandse fiscus uit van die hogere werkelijke waarde als berekeningsbasis voor de overdrachtsbelasting.
In sommige gevallen bent u als koper, in plaats van overdrachtsbelasting, btw verschuldigd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de aankoop van een nieuwbouwvakantiewoning of bij een btw-belaste levering van een woning die minder dan twee jaar in gebruik is geweest. In dat geval geldt een btw-tarief van 21%, berekend op de effectieve koopprijs.
Ook dient u als koper, net zoals in België, in te staan voor de notariskosten (notarieel ereloon en de administratieve kosten) en, indien van toepassing, ook voor de kosten voor het vestigen van een hypotheek.
Net zoals in België, Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië is het in Nederland ook mogelijk om een gesplitste aankoop te doen. Daarbij kunnen de ouders bijvoorbeeld het vruchtgebruik van het vakantieverblijf verwerven en de kinderen de blote eigendom. In een eerder blogbericht wezen we al op de voorwaarden en toepassingsmogelijkheden van een dergelijke gesplitste aankoop. U leest er alles over in dit artikel.
Bij een gesplitste aankoop behoudt de vruchtgebruiker levenslang het recht om het goed te gebruiken of de huurinkomsten te ontvangen, terwijl de blote eigenaar automatisch volle eigenaar wordt bij het overlijden van de (langstlevende van de) vruchtgebruiker(s). U bent in Nederland in principe geen erfbelasting verschuldigd, aangezien Nederland enkel erfbelasting heft indien de erflater zijn woonplaats in Nederland heeft op het ogenblik van overlijden, met uitzondering van de tienjarenregeling voor personen met de Nederlandse nationaliteit die binnen de tien jaar vóór het overlijden uit Nederland emigreerden. Deze techniek biedt interessante mogelijkheden voor wie zijn kinderen nu al wil betrekken bij de vermogensplanning van het vakantieverblijf, maar zelf nog het gebruiksrecht wenst te behouden.
Bovendien kan de gesplitste aankoop een fiscale optimalisatie betekenen. Niet zozeer vanuit Nederlands oogpunt (ten gevolge van de gunstige Nederlandse fiscaliteit is er geen erfbelasting verschuldigd, zie hieronder), maar wél vanuit Belgisch perspectief. Omdat de Belgische fiscus de belastingvrije techniek van de gesplitste aankoop erkent, bent u in België immers geen erfbelasting verschuldigd wanneer de vruchtgebruiker overlijdt en het vruchtgebruik op het vakantieverblijf aanwast bij de blote eigendom. De blote eigenaars worden dan volle eigenaars.
Voor meer informatie over de aangifte van uw Nederlandse vakantieverblijf in de Belgische personenbelasting, verwijzen wij u graag naar ons eerder verschenen blogbericht ‘Deel 1: Uw vakantieverblijf in het buitenland en uw belastingaangifte’. Naast belastingen in België, bent u ook een aantal (jaarlijkse) belastingen in Nederland verschuldigd.
Een Nederlands vakantieverblijf komt in aanmerking als een bezitting in de zogenaamde ‘box 3’ van de Nederlandse inkomstenbelasting. Box 3 is de jaarlijks te betalen Nederlandse vermogensrendementsheffing. In box 3 worden onder meer spaargeld, beleggingen en een tweede woning belast.
Belangrijk om te weten is dat Nederland bij de box 3-regeling uitgaat van een verondersteld (fictief) rendement. De Nederlandse fiscus gaat er dus van uit dat uw Nederlandse vakantieverblijf gemiddeld een bepaald rendement oplevert, ook als dat in werkelijkheid lager ligt. De Nederlandse Belastingdienst werd echter meermaals veroordeeld voor deze werkwijze. De Hoge Raad besliste in 2021 - en nogmaals in 2024 - dat de belastingdienst geen forfaitair rendement mag hanteren als de belastingplichtige in werkelijkheid een lager rendement behaalde op zijn vermogen. Volgend op deze beslissing werden allerlei initiatieven genomen om de wet aan te passen.
Voor de waardering van een vakantieverblijf in de box 3-belasting gebruikt de Nederlandse fiscus de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van het pand. Dit is een geschatte marktwaarde die jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld. De gemeente vertrekt van de waarde die het onroerend goed op 1 januari van het voorgaande jaar (= de waardepeildatum) zou moeten opbrengen. Eventuele schulden die werden aangegaan om de vakantiewoning aan te kopen mogen in mindering gebracht worden.
Op basis van de WOZ-waarde wordt een fictief rendement berekend. Voor 2026 hanteert de Nederlandse fiscus voor beleggingen en andere bezittingen, waaronder een vakantiewoning, een forfaitair rendementspercentage van 6%. Dit percentage geldt als wettelijk uitgangspunt. Over het fictieve rendement van deze WOZ-waarde bent u vervolgens inkomstenbelasting verschuldigd tegen een tarief van (momenteel) 36%.
Sinds enkele jaren bestaat er wel een correctiemechanisme, de zogenaamde tegenbewijsregeling. Onder bepaalde voorwaarden kan een belastingplichtige via deze tegenbewijsregeling verzoeken om op basis van het werkelijk behaalde rendement, zoals strikt gedefinieerd in de box 3-wetgeving, de belasting te heffen. Dit gebeurt niet automatisch en vergt een correcte berekening en onderbouwing. Voor vastgoed wordt bij de begroting van het werkelijke rendement niet alleen rekening gehouden met de huurinkomsten, maar ook met de eventuele waardestijging van het pand. Daarnaast wordt er voor vakantiewoningen ook een correctie doorgevoerd voor het eigen gebruik, door fictieve huurinkomsten in rekening te brengen voor de periodes waarin u het pand zélf gebruikt.
Het huidige systeem is tijdelijk. De Nederlandse overheid heeft aangekondigd dat zij vanaf 1 januari 2028 wil overstappen naar een nieuw systeem, waarbij de belastingheffing zoveel mogelijk zou aansluiten bij het effectief behaalde rendement. Hierdoor wordt verwacht dat de jaarlijkse belastingdruk op tweede verblijven mogelijks gevoelig kan verlagen, maar voorlopig is nog niet volledig duidelijk hoe dit nieuwe systeem er concreet zal uitzien.
Naast de Nederlandse inkomstenbelasting moet u ook een aantal lokale belastingen betalen. In de eerste plaats is er de onroerendezaakbelasting, vaak afgekort als ‘OZB’. Bent u op 1 januari eigenaar van een in Nederland gelegen onroerend goed? Dan bent u OZB verschuldigd. Dit is de Nederlandse variant van de Belgische onroerende voorheffing. De OZB wordt, net zoals in box 3, berekend op basis van de WOZ-waarde. De omvang van de OZB is verschillend van gemeente tot gemeente. Als eigenaar van een Nederlands vakantieverblijf kunt u daarnaast ook geconfronteerd worden met andere gemeentelijke heffingen, zoals een afvalstoffenheffing of andere specifieke lokale taksen.
In tegenstelling tot sommige andere landen (zie onze eerder verschenen blogartikelen over Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië) kent Nederland (nog) geen meerwaardebelasting bij de verkoop van een Nederlands vakantieverblijf. Zolang het vakantieverblijf niet beroepsmatig geëxploiteerd wordt, blijft een gerealiseerde meerwaarde bij de verkoop dan ook vrij van inkomstenbelasting - ongeacht de duur van het bezit.
Men zou kunnen verwachten dat het land waar het onroerend goed gelegen is, erfbelasting heft op dat onroerend goed. In Nederland ligt de erfbelastingheffing echter in hoofdzaak bij de woonplaats van de overledene. Concreet geldt dus dat u erfbelasting in Nederland betaalt wanneer de overledene in Nederland woonde of wanneer de overledene Nederlander was en binnen tien jaar na zijn vertrek uit Nederland komt te overlijden.
Wanneer u als Belgisch rijksinwoner overlijdt en u niet onder deze Nederlandse aanknopingspunten valt, heft Nederland in de praktijk dus geen erfbelasting op het Nederlandse vakantieverblijf. Nederland is namelijk niet heffingsbevoegd op dat moment. Dit betekent echter niet dat de erfgenaam of legataris van (een deel van) het Nederlandse vakantieverblijf geen Belgische erfbelasting verschuldigd is. Als erfgenaam of legataris van een inwoner van België betaalt u Belgische erfbelasting op het geheel van de nalatenschap, zowel op roerende als op onroerende goederen, ongeacht of deze zich in België of in het buitenland (dus ook in Nederland) bevinden.
Indien Nederland in de toekomst zou beslissen om zijn heffingsregels te wijzigen en wél erfbelasting te koppelen aan de ligging van het onroerend goed, kan er in theorie een dubbele belasting ontstaan. In dat geval voorziet het Vlaams Gewest (onder voorwaarden en na aanvraag in de aangifte) een vermindering van de Vlaamse erfbelasting met de reeds in het buitenland geheven erfbelasting op dezelfde goederen.
Wanneer u een Nederlands vakantieverblijf verkrijgt via een erfenis, bent u geen overdrachtsbelasting verschuldigd in Nederland. Een erfenis wordt immers niet als een “overdracht” in de zin van de overdrachtsbelasting beschouwd.
Een schenking van uw Nederlandse vakantieverblijf kan om verschillende redenen interessant of aangewezen zijn. Zo is het mogelijk dat u al aan vermogensplanning wenst te doen of toekomstige Belgische erfbelasting wilt milderen. Nadat het Nederlandse vakantieverblijf geschonken is, maakt het onroerend goed geen deel meer uit van uw nalatenschap. Hierdoor is er bij het overlijden van de schenker(s) in principe geen erfbelasting meer in België verschuldigd.
Of u bij de schenking van uw Nederlandse vakantieverblijf schenkbelasting in Nederland verschuldigd bent, is afhankelijk van het land waarvan de schenker fiscaal inwoner is. Indien de schenker niet gezien kan worden als een fiscaal inwoner van Nederland (en dus in België verblijft), is er geen Nederlandse schenkbelasting verschuldigd. Nederland kent - tot op de dag van vandaag - geen mechanisme om schenkbelasting te heffen louter omwille van het feit dat het vakantieverblijf op Nederlands grondgebied gelegen is.
Bij het verkrijgen van een Nederlands vakantieverblijf uit een schenking is er in principe wel Nederlandse overdrachtsbelasting (net zoals bij de aankoop, zie hierboven) verschuldigd. Net zoals bij de verwerving van het vakantieverblijf, is er bij de schenking een vlak tarief van 8% van toepassing. Bij de schenking van uw Nederlandse buitenverblijf is er in principe geen sprake van Belgische schenkbelasting. Deze is namelijk niet verschuldigd als het Nederlands vastgoed via een Nederlandse notariële akte werd geschonken.
Bovendien heeft een schenking van (een gedeelte van) uw Nederlandse vakantieverblijf geen impact op uw vermogensplanning of schenkingsstrategie in België. In een zuiver Belgische situatie moet u, als u wil kunnen genieten van de laagste schijf in de Belgische schenkingsrechten, een periode van drie jaar tussen twee onroerende schenkingen aan dezelfde begiftigde(n) laten. Voor een uitgewerkt voorbeeld hieromtrent verwijzen wij graag naar ons eerder verschenen blogbericht over vakantieverblijven in Frankrijk.
U merkt het: bij de aan- of verkoop, schenking of erfenis van een in Nederland gelegen vakantieverblijf zijn er een aantal civiele en fiscale regels van toepassing die aanzienlijk kunnen verschillen van de Belgische regelgeving. Het is essentieel om goed geïnformeerd te zijn om deze transacties correct uit te voeren en om onverwachte situaties te vermijden. Wenst u deskundig advies en begeleiding in verband met uw tweede verblijf in het buitenland? Neem dan gerust contact op met ons Wealth Planning-team.
Opgelet: dit blogbericht werd geschreven op 29 september 2026. De wet- en regelgeving kan ondertussen variëren met de inhoud van deze publicatie.